logo

2. Verklaard

2. Verklaard

2.1. Speler/Maker

Het podiumkunstenlandschap heeft nood aan kunstenaars met een eigen artistiek profiel en met een brede, flexibele inzetbaarheid, gestoeld op een brede vorming en een goede technische basis. De kunstenaar van vandaag is naast ontvoogd, zelfredzaam en verantwoordelijk ook kundig en nieuwsgierig. Hij heeft een mening, of hij nu als uitvoerend dan wel als autonoom artiest postvat in het theaterlandschap. Het profiel van speler/maker dat we in onze opleiding betrachten, sluit daar het best bij aan.

Wij vertrekken vanuit de speler die potentieel voldoende maker moet zijn. Gaandeweg evolueren wij in het leerproces naar een maker die het spelen als bron van inspiratie ziet, en de speler in zichzelf met de knowhow van het maken verrijkt. Hoe de speler zich uiteindelijk tegenover de maker verhoudt, en omgekeerd, is een keuze die we overlaten aan de artiest in wording.

Wie bij ons afstudeert, moet de techniek van het spelen, het maken, van stem en spreken, van lichaam en ruimtegebruik onder de knie hebben.

 .

.2.2. Tekst en overdracht van betekenis

Tekst is meer dan een verzameling woorden, woorden zijn meer dan een verzameling letters.

De opleiding stelt tekst, in de brede zin van het woord, en de daarbij horende overdracht van betekenis centraal. ‘Tekst als partituur’, als medium dat ‘alles wat des mensen en des levens is’ onder woorden brengt. Tekst als hoeksteen van ons profiel én als motor van onze werking. Tekst behelst het omgaan met bestaand repertoire en/of bouwen aan nieuw repertoire. Het interpreteren en het genereren van tekst als koppelteken tussen de pijlers Artistieke praktijk, Praktijkondersteuning, Theorie en Onderzoek. De koppeling van theorie en techniek naar de spelmodules wordt daardoor makkelijker: tekst analyseren en contextualiseren, zeggen en belichamen.

Als student moet je bij ons de vaardigheid en de drang hebben om (tekst)materiaal te onderzoeken en om eigen (tekst)materiaal aan te maken. De focus op tekst impliceert gevoeligheid voor taal en nuancering, analysevaardigheid en inzicht, technische beheersing van lichaamstaal en stem. De focus op bestaande tekst impliceert dat we vertrekken vanuit de inhoud, vanuit de kernvragen: Wat zien we? Hoe zien we dat? Wat staat er? Hoe staat het er? Wat staat er niet? Het aanmaken van nieuwe tekst vertrekt vanuit het zoeken naar een antwoord op de vragen die de drie-eenheid biografie, standpunt en vorm (cf. Infra) opwerpt: Wat wil ik zeggen? Waarom? En hoe zal ik dat doen?

Dat wil niet zeggen dat we andere benaderingen uitsluiten. Het gaat om de totaliteit van tekstuele signalen die geïnterpreteerd en uiteindelijk getransformeerd worden naar signalen op de scène. Het gaat om het interpreteren en creëren van betekenis en de overdracht ervan. Maar dit mag niet enkel een rationele overdracht zijn. De betekenis moet niet enkel dramaturgisch worden vertaald, maar ook persoonlijk gedragen.

Wij vragen emotionele, persoonlijke en maatschappelijke betrokkenheid en dito engagement tegenover het materiaal.

 .

2.3. Vorm/Biografie/Standpunt

Een van de uitgangspunten van onze opleiding is dat er bij de totstandkoming van een kunstwerk drie criteria een rol spelen, namelijk vorm, biografie en standpunt (VBS), en dat de mate waarmee ze met elkaar in balans zijn de kwaliteit bepaalt.

Vorm:  De manier waarop je een idee uitdrukt, vormgeeft. De stijl die je hanteert.

Biografie:  De bagage die je met je meedraagt. Intellectueel, emotioneel, lichamelijk. Je identiteit.

Standpunt:  De kijk die je, vanuit jouw plaats op de wereld, op de dingen hebt, en hoe je je daartegenover verhoudt.

Laat je de vorm primeren, dan dreigt een werk hermetisch te worden.

Laat je je biografie primeren, dan geef je teveel inkijk en wordt het gênant, tenenkrullend.

Laat je je standpunt primeren, dan wordt het ‘pamflettair’.

We vinden dat dit denkkader zeer vruchtbaar is voor jou, als student, niet alleen in je eigen artistieke praktijk maar ook in het kijken naar andermans werk.

Naarmate de opleiding vordert, zal je je steeds anders tegenover deze drie- eenheid verhouden. Het is aan jou als artiest om je te positioneren. Je kan dus ook de keuze maken om de balans te verstoren en het denkkader te doorbreken.

 .

2.4. Ratio en intuïtie

Naast de rationele kennisvakken en praktijkondersteunende vakken is er in onze opleiding ruimte voor het intuïtieve. De opleiding creëert op een methodische manier de voorwaarden om intuïtief te werk te gaan, zodat ‘het’ kan plaatsvinden. Iedere acteur, iedere schrijver, iedere artiest weet immers, na verloop van tijd, dat het werk er niet alleen uit bestaat te schrijven of te spelen, maar ook de voorwaarden te scheppen om tot spelen of schrijven te komen.

Neem een architect: net als een film-of theatermaker moet hij zowel aan de rationele als aan de artistieke voorwaarden voldoen om zijn beroep te kunnen uitoefenen. Het overbruggen van die tweespalt is daarbij essentieel. Esthetiek, poëzie en verbeelding moeten verzoend worden met meetstaten, budgettering, fysische wetten en ondernemerschap.

Intuïtie slaagt erin om de weg te wijzen daar waar ratio tekort schiet. Het dient als kompas in situaties die onoverzichtelijk en complex zijn. In een artistieke context is het ruimte durven geven aan intuïtie een voorwaarde om te kunnen slagen. Net zoals de architect moet de speler/maker gebruik weten te maken van onderzoek, kritische reflectie en techniek. Dat moet hij combineren met een praktische aanpak en realiteitszin, om vervolgens die realiteit door middel van creativiteit en verbeelding op geheel eigen en intuïtieve wijze te overstijgen.


Print pagePDF page