logo

3. Didactisch

3. Didactisch

3.1. Kijken, denken, doen

Naamloos

In alle praktijklessen word je voortdurend uitgenodigd om te kijken, te observeren, en die observaties in woorden om te zetten. Het principe indachtig dat het benoemen de eerste stap is in het begrijpen. En dat begrijpen de voorwaarde is om het geobserveerde of een idee te kunnen hanteren en gebruiken. De volgende stap is dan het uitproberen, het concretiseren van wat voorheen nog alleen idee was. Kortom: een voorstel doen ‘op de vloer’. Dat is op zijn beurt dan weer een nieuwe aanleiding tot kijken, denken en doen. Om zo uiteindelijk tot een voorstelling te komen.

 

3.2. Fragmenteren en integreren

Vanuit de betrachting om dingen bevattelijk te maken, wordt ook het eigen metier ontleed.

De leerlijn Maken of Spelen wordt uit elkaar gehaald tot deelaspecten, die op hun beurt weer worden uitgebeend in modules (opleidingsonderdelen). De deelaspecten worden benoemd, het functioneren ervan uitgelegd en beproefd, en vervolgens worden ze weer op methodische manier aan elkaar geklonken. Wat eerst zonder nadenken vlekkeloos verliep, verloopt na het her-monteren wat krakkemikkig en moeizaam. Wie wel eens nadenkt over hoe hij ademt, kan dit beamen.

De winst op termijn is echter gigantisch. Je weet wat je doet, en kan ingrijpen in je eigen functioneren. Dit geldt voor alle opleidingsonderdelen, gaande van Taalbeheersing en Tekstanalyse, over Stem en Lichaam, tot de lessen Speltraining. We gaan van woord tot tekst, van klank tot vertelling, van geste tot vertolking, van attribuut tot enscenering en komen vervolgens tot een voorstelling. Robert Pirsig beschrijft in “Zen, and the art of motorcycle maintenance” de voordelen van het zelf-je-motor-demonteren-en-onderhouden versus hem binnenbrengen bij een garage. (Robert M. Pirsig is een Amerikaans filosoof en schrijver, en heeft het in dit boek over kwaliteit, schoolsysteem, vakmanschap, intuïtie versus ratio…etc.) Soms blijkt tijdverlies, op termijn, winst.


Print pagePDF page