logo

Leerlijnen

Spelen

De student ontwikkelt zich als speler. De opleiding wil technisch goed getrainde spelers afleveren, die door een onderzoekende houding een eigen artistieke signatuur ontwikkelen. De nadruk in deze leerlijn ligt op het interpreteren van tekst (met en zonder taaldrempel, hedendaags en klassiek) en op betekenisoverdracht.

Bij aanvang van de Bachelor valt wat de student doet als speler nog samen met wie hij is, nadien wordt hij  stelselmatig uitgenodigd om meer afstand te nemen. De student beschouwt daarbij het eigen product en leert wat de gevolgen zijn van zijn keuzes.

Vertrekkende vanuit inhoud, kan je het spelen vanuit twee opvattingen benaderen:

  • Je verbindt je persoonlijk met de inhoud van de tekst en werkt van binnen naar buiten. Je rekent erop dat het menselijke van het eigen ik ook als dusdanig herkend wordt door het publiek. Er ontstaat een emotionele, intuïtieve overdracht.
  • Je focust je op de betekenis die je genereert bij de toeschouwer. Je verbindt de inhoud met vormkeuzes die de betekenisoverdracht tot stand moeten brengen. Er ontstaat een meer rationele overdracht, die voor de speler eerder van buiten naar binnen werkt.
  • In onze opleiding willen we ons inschrijven in het spanningsveld tussen deze twee visies. Wij willen betekenis genereren, gedragen vanuit een persoonlijke betrokkenheid, een mening, en met een bepaalde stijl. Wij willen afstand kunnen nemen of er middenin kunnen staan.

In de collectieve lessen Speltraining word je aan de hand van method-acting en improvisatie opgevolgd in je vorderingen als speler, en wordt er ingegaan op individuele problemen of vragen die vanuit de modules komen.

In Teksttraining leer je een literaire tekst eerst analyseren en uiteindelijk vertolken. Met oog voor zowel de  klankwerking, als  de zinsstructuur en de betekenis die wordt gegenereerd.

 

Maken

De student ontwikkelt zich als maker.  In de atelierweken gaat de student in alle vrijheid op zoek naar zijn eigen taal via samenwerking en experiment. In de maakmodules wordt er gemaakt via opgelegde obstakels. Je leert een inhoudelijk concept omzetten naar beelden, je leert op basis van een kortverhaal een  enscenering opzetten. Je laat je  daarbij inspireren door beeldende kunst, fotografie, architectuur,… Je krijgt vanaf het eerste jaar initiatie in schrijven en tekstcreatie.  Op basis van je fascinaties creëer je theatrale scènes en uiteindelijk een bachelorproef. In je masterjaar kan je je (o.a. via stages en masterproef) verder focussen op spelen of maken.

 

Stem en Lichaam

De student ontwikkelt zijn ‘instrument’.  Het verwerven van techniek en ambacht en het werken aan bewustwording gaan daarbij hand in hand. Er wordt gezocht naar een balans tussen controle en vrijheid van expressie, zowel in stem (dictie, spreken, zang) als in lichaam. De focus ligt hier op het overdragen van betekenis naar de scenische praktijk.

 

Theorie en analyse

Enerzijds verrijkt de student zijn algemene kennis en analysevaardigheden, anderzijds verwerft hij inzicht in de rol en betekenis van theater in de ruime context. Kennis van basisrepertoire en theatergeschiedenis is cruciaal, net als het dramaturgisch en literair analyseren van (theater)teksten.  De opleidingsonderdelen  van deze leerlijn creëren een algemeen en inspirerend filosofisch-maatschappelijk kader voor de leerlijn Spelen en Maken, bieden de nodige bagage, en stellen tekst en taal centraal.

 

Onderzoeken en kritisch reflecteren

De student ontwikkelt een onderzoekende houding;  als eerste stap daarin ziet de opleiding het kritisch reflecteren en het vragen stellen.  Je leert ook hoe andere kunstenaars, de wereld op zich, maar ook je eigen biografie bronnen van inspiratie zijn. Het vak conceptontwikkeling speelt hierin een belangrijke rol. Als tweede stap worden de nodige vaardigheden inzake onderzoeken aangeleerd, zodat de student aan het einde van de rit een autonoom artistiek onderzoek kan voeren (uitmondend in bachelor- en masterproef) en hierover een onderbouwd en methodisch discours kan opzetten. In het derde jaar wordt een collectieve productie artistiek onderzoek opgezet, vertrekkend vanuit een bredere onderzoeksvraag.

 

Ondernemen

De student verwerft inzicht in de zakelijke, technische en productionele kant van de artistieke (theater)praktijk. Je  krijgt initiatie in podiumtechnieken en lessen in het wettelijke en juridische kader van de podiumkunsten. Ook mondeling en schriftelijk communiceren  over de eigen artistieke praktijk  is een doelstelling. Het opleidingsonderdeel Management en discours staat hier centraal. Vanaf het eerste jaar leert de student deze kennis om te zetten in praktijk, door zelf theatrale projecten op te zetten. Zo beëindig je   deze leerlijn met de nodige autonomie en zelfredzaamheid, die je wapent voor het werkveld.  O

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 .

 

 .

 

 

 .

 

 

 

 .

 

 

 .

5.6. Ondernemen

Ondernemingszin heeft de afgelopen jaren duidelijk aan belang gewonnen. Binnen de opleiding, maar ook daarbuiten. Het volstaat niet om als speler/maker louter spel- en maakvaardigheden te ontwikkelen. Je moet ze ook zichtbaar maken voor de buitenwereld en jezelf ‘in de markt’ zetten. De eigentijdse kunstenaar is gebaat bij cultureel ondernemerschap. Bij dit alles is het onze overtuiging dat artisticiteit voorop moet staan. Het heeft geen zin om je op te leiden tot excellente netwerker als je geen inhoud kan benoemen en geen standpunt weet in te nemen. Slechts in tweede instantie gaat het om het aanleren van de nodige vaardigheden en de basiskennis van het ondernemen.

Op het eind van de Bachelor wordt van jou verwacht dat je eigen werk aan een publiek kan presenteren, met aandacht voor keuze van medium, tekst en context. Tevens is het een doelstelling dat je het eigen artistieke werk kan benoemen en hierover op een heldere manier kan communiceren, wat hand in hand gaat met de leerlijn Onderzoeken en Kritisch Reflecteren.

Je verwerft inzicht in de zakelijke, technische en productionele kant van de artistieke (theater)praktijk. Je bent ook in staat om verschillende samenwerkingsverbanden aan te gaan en de inhoud en constructie ervan te benoemen. De technische kennis wordt je bijgebracht in het OPO Podiumtechnieken, dat aanvankelijk uit een aantal collectieve theoretische lessen bestaat. Daarna word je via individuele leergesprekken intensief begeleid in het uitbouwen van techniek voor de speel- en maakmodules. Zo leer je bv. een lichtorgel te bedienen, hoe de geluidsinstallatie van de theaterzaal werkt etc.

Een essentieel opleidingsonderdeel voor de leerlijn Ondernemen is Management podiumkunsten (3BA). Het is van groot belang dat je al in de Bachelor inzicht verwerft in een aantal management- en ondernemersvaardigheden, zodat je goed beslagen het Masterjaar in kan. Onder meer de volgende vakinhouden komen aan bod:

  • de organisatie van de theaterwereld
  • het statuut van de kunstenaar
  • auteursrecht en naburige rechten 
marketing en promotie

In de Bachelorproef implementeert de student al deze aspecten en zet hij een eerste stap in het presenteren van eigen werk aan een publiek.

Op het Masterniveau zet je de vaardigheden die je hebt ontwikkeld om in de praktijk. Hier gelden verwante doelstellingen, maar op een hoger en autonomer plan. Ook hier ben je als Masterstudent de motor van je eigen werk. Met jouw stage en Masterproef zet je de actieve eerste stap in het werkveld waarop de Bachelor hem heeft voorbereid.

Het OPO Stage speelt een belangrijke rol als praktijktoets in het zelfstandig ondernemen. De opleiding brengt je op de hoogte van eventuele stageplekken en audities. Je wordt echter verondersteld zélf actief stappen te zetten.


Print pagePDF page