logo

6. Bachelor-en masterproef

6.1. De Bachelorproef

In de Bachelorproef kent de integratie van theorie en praktijk een eerste hoogtepunt. Alle doelstellingen en leerlijnen komen hier samen. In Onderzoek en persoonlijke dramaturgie breng je je eigen biografie in kaart en bekijk je welke thematiek daaruit naar voren komt. Vanuit de invalshoek van Repertoire en kritiek, Drama, maatschappij en psyche en Filosofie word je collectief en individueel geïnspireerd in je artistiek en reflectief proces. Je leert in deze OPO’s kritisch afstand te nemen van je veronderstellingen en ze te benaderen vanuit andere denkkaders/paradigma’s, die je insteek en blik verruimen.

De proef bestaat uit een individueel artistiek en reflectief luik.

In het artistieke luik presenteer je naar aanleiding van je eigen fascinaties en afgelegde artistieke parcours een theatrale voorstelling, in de brede zin van het woord. Meestal resulteert dat in een zelfgeschreven tekst, door jezelf gespeeld (al dan niet met medestudenten), ingebed in de eigen vormkeuzes qua spel, enscenering en vormgeving. Je wordt begeleid door één van de praktijkdocenten van de opleiding. Deze treedt op als coach en zorgt doorheen het proces op regelmatige basis voor artistieke feedback en begeleiding. Je kan vrij kiezen welke praktijkdocent inhoudelijk het beste aanleunt bij je artistiek idee, en krijgt ook een schrijfcoach die je kan helpen in het creëren van tekst.

Je dramaturgische inzichten worden verwerkt in een brochuretekst bij de voorstelling.

Het reflectieve luik resulteert in de Bachelorpaper. Daarin onderbouw en verantwoord je het concept, het materiaal, de vorm en de dramaturgie van je artistieke Bachelorproef. Je toont de relevantie ervan aan, evalueert de coaching en de uitwerking van jouw voorstelling.

 .

6.2. De Masterproef

De Masterproef is het eindpunt van alle leerlijnen, waarin alle doelstellingen samenkomen. Jij bent de initiatiefnemer, de integratie gebeurt door jou binnen je artistiek en reflectief proces. Je geeft hier blijk van een creatieve en kritische geest, van een eigen stijl en stem én van een organisatorische autonomie. De opleiding legt hier geen genre of discipline op, en laat je volledig vrij in het exploreren en uittesten van een eigen signatuur.

Deze individuele proef bestaat uit een reflectief en een artistiek luik. Je stelt een onderzoeksvraag die je op beide niveaus beantwoordt.

In het artistieke luik ontwikkel je het concept van een voorstelling en ben je verantwoordelijk voor de speeltekst en/of de spelregels. Je krijgt een budget waarmee je een externe coach(es) uit het werkveld die je zelf kiest kan vergoeden. Je stelt zelf een repetitieschema op, en maakt zelf afspraken met de coach(es). Het opleidingshoofd en de docent Onderzoek en persoonlijke dramaturgie geven op regelmatige basis artistieke feedback en volgen het proces op van concept tot voorstelling.

Het reflectief luik van je Masterproef bestaat uit een scriptie die de context van de artistieke Masterproef onderzoekt. Je verkent het onderzoeksterrein waarin je je artistiek verdiept en bakent op basis van bronnenmateriaal een domein af. De kritische lectuur van bronnen en het kritisch-onderzoekend benaderen van het actuele landschap moeten jou hierin helpen. Voorlopers en invloeden worden in kaart gebracht. Het thema wordt inhoudelijk uitgediept. Op die manier verrijk je en verdiep je jouw kennis van en inzicht in de theaterpraktijk, in zijn historische en actueel-maatschappelijke context.

Je wordt hiervoor ondersteund in verschillende OPO’s (Onderzoek en Persoonlijke Dramaturgie en Drama, en psyche en Filosofie), die een totaalprogramma vormen, parallel aan de ontwikkeling van het artistieke afstudeerproject. De docenten van deze OPO’s zorgen voor voldoende feedback tijdens het werkproces, evalueren de voortgang, waken over de inhoudelijke diepgang en stellen stimulerende vragen. De frequentie van deze individuele gesprekken wordt bepaald in overleg tussen de docenten en de student. Dit meer geïmproviseerd dialogisch denken in een één-op-één gesprek met een docent is voor de student zeer verrijkend en leidt tot het ontwikkelen van verschillende waardevolle vaardigheden zoals het leren expliciteren van de uitgangspunten die men bij het maken bewust of onbewust hanteert en het kritisch en onderzoekend bevragen van het werkproces.

Dit alles vormt de basis voor een scriptie van academisch niveau.


Print pagePDF page